Leer Loslaten

Vertrouwen. Dit woord komt afgelopen weken elke keer weer op in sessies die ik had met cliënten, in gesprekken met vriendinnen en ook in mijn eigen leven. Het ging om uiteenlopende zaken. Echt heftige dingen ook. Ziekte, zelfmoordpogingen van een broer en paniekaanvallen om er een paar te noemen. 

Je kunt je voorstellen hoe moeilijk het is om vertrouwen te hebben als je broertje meerdere suïcidepogingen heeft gedaan. Of als je lichaam ineens geen eten meer verdraagt. Of als de ene angstaanval in de andere overgaat. Of als je kind nog steeds gepest wordt, ondanks pogingen om daar iets aan te veranderen. Want waarin en vooral hoe moet je dan in Godsnaam vertrouwen hebben?

Volgens mij zit daar nou net de crux. Wij willen graag vertrouwen op een wenselijke uitkomst, maar als de realiteit iets heel anders laat zien dan dat wat wij verlangen, vinden we dat vertrouwen enorm lastig. We worden meegesleurd in de directe ervaring en gaan daar helemaal in op. Als je daar middenin zit, kan het voelen alsof er niks anders meer mogelijk is. De mind helpt dan ook niet mee, want die haalt er bijvoorbeeld ervaringen uit het verleden bij en projecteert die op de toekomst, of het komt met rampverhalen die het ooit eens heeft gehoord of gelezen en kan aan niks anders meer denken. Of misschien draait er een beschermingsmechanisme mee waardoor je altijd maar van het ergste uitgaat, zodat het dan of meevalt of dat je dan minder teleurgesteld, boos, verdrietig zult zijn. Naast dit alles speelt vaak de overtuiging mee, dat het leven gelijk staat aan lijden en dus verwachten we eigenlijk ook niks anders. In de tussentijd affirmeren en visualiseren we ons suf, doen we ons best optimistisch te denken, terwijl we iets heel anders voelen. En dan werkt dat visualiseren eerder tegen je dan voor je. Vertrouwen op een goede afloop kan dan ook al een hele opgave zijn. 

En hoe mooi het ook klinkt en het ook best fijn is als dat je lukt, maak je jezelf wel enorm afhankelijk van je omstandigheden. Als kunnen of durven vertrouwen samenhangt met de gewenste uitkomst, dan zet je jezelf vast. Zo lang het gaat zoals jij het wilt, kun je je goed voelen, maar zodra het anders loopt, ligt er onrust, stress, verdriet, frustratie, angst, boosheid, teleurstelling én verlies van vertrouwen op de loer. Dit mechanisme van vertrouwen koppelen aan een goede afloop voedt bovendien het idee dat we controle hebben en vooral moéten hebben over werkelijk alles. We doen en/of laten van alles om maar het gevoel te hebben dat we een uitkomst kunnen afdwingen/ besturen. Maar hoe kun je controle hebben over een broer die het leven ontzettend zwaar vindt en er het liefst uitstapt? Over een kind dat op school vreselijk wordt gepest? Wat als je lichaam symptomen laat zien die je niet kunt verklaren, je aan allerlei knoppen draait maar niks helpt, en de artsen ook niks kunnen vinden? En hoe kunnen we controle hebben over wat de (wereld)leiders nu weer voor oorlog, p(l)andemie of ander soort ellende over ons uitstorten? Als je je geluk van de omstandigheden laat afhangen, dan zou het zomaar kunnen voelen alsof je machteloos bent en een speelbal van het leven. 

Ik wil overigens niet beweren dat je dan maar lijdzaam moet ondergaan. Wat ik bedoel te zeggen, is gevat in een bekend gebed: God, grant me the serenity to accept the things I cannot change, courage to change the things I can and the wisdom to know the difference. 

Het vertrouwen waar ik mij de afgelopen jaren op ben gaan richten, noodgedwongen, dat wel, is niet zozeer het vertrouwen hebben in of op het een of ander, maar vertrouwen zonder voorwaarden. Zonder gewenste uitkomst. Vertrouwen als ruimte waarbinnen alle uitkomsten er mogen zijn. Ik wil overigens niet beweren dat ik daar nu al helemaal ben. Ik doe pogingen. En de ene keer lukt het beter dan de andere keer. Het is in ieder geval iets waar ik mezelf steeds aan herinner als ik weer veel te veel gehechtheid voel aan een bepaalde afloop. Als mijn verwachtingen voor teleurstellingen, frustratie en verdriet zorgen. Wat mij helpt is om in mijn achterhoofd te houden dat ik niet het hele plaatje ken. Het is zoals die Indiase parabel van de blinden en de olifant. Ik beleef alles vanuit mijn eigen perspectief, kennis en referentiekader. Dus of iets eerlijk is of niet, waarom iets is zoals het is, daar probeer ik mezelf niet meer mee te vermoeien. Alleen Great Spirit, God, Universum, geef het een naam, ziet de hele olifant. Dit uitgangspunt geeft mij in ieder geval veel meer rust. 

Ik denk dat het enige waar we echt controle over hebben, onze reactie is op wat het leven ons brengt. Niet de emoties en gevoelens die daarbij opkomen, want die verschijnen vaak vanzelf. Maar wel wat we vervolgens met die emoties doen. Hoe we ermee omgaan, welke keuzes we maken en hoe we handelen. Daar ligt onze invloed. En juist dat kan het verschil maken tussen het gevoel dat je steeds tegen de stroom in zwemt, of dat je met de stroom mee beweegt.

De vrouw wiens broer het leven niet meer ziet zitten, kon ik in de sessie begeleiden naar een plek waar ze de behoefte aan controle kon loslaten en daardoor meer rust voelde, ondanks dat de situatie nog hetzelfde was. Ze begreep én voelde dat het loslaten van de behoefte aan controle niet gelijk stond aan hem in de steek laten of dat het haar dan niet meer zou kunnen schelen. Ze voelde uiteraard evenveel liefde voor hem als toen we begonnen met de sessie. Dat wil niet zeggen dat ze vanaf dat moment continu die rust zal blijven voelen. Ook dat komt en gaat. Maar hoe vaker ze hiermee oefent, hoe makkelijker het wordt om zichzelf weer naar die plek van rust te brengen en daar langer te blijven. Dat is ook mijn eigen ervaring.

Want die liefde én die plek van vertrouwen waarbinnen alles mag bestaan en mogelijk is, ligt onder alle ruis altijd geduldig op ieder van ons te wachten.