Leer Loslaten

Van kleins af aan heb ik het gevoel gehad dat ik voor mijn moeder moest zorgen. Niet omdat zij hulpbehoevend was, haar problemen met mij besprak, of op mij leunde, maar omdat ik een hyperfocus op haar had. Ik scande als het ware haar energie en wist hoe ze zich voelde. Het uitte zich dan ook niet in letterlijk zorgen vóór haar, maar wel in zorgen over haar. Niet 24/7, want ze was wel echt een moeder voor mij. We hadden en hebben een sterke band. 

Wat vroeger vaak gebeurde was dat ik haar bijvoorbeeld op verjaardagen, stilletjes maar heel geconcentreerd observeerde en me vervolgens afvroeg waarom ze met niemand sprak en waarom ze zo eenzaam leek. Ik vond dat zielig en ging vervolgens naast haar zitten. Op haar beurt, dacht mijn moeder: ‘Let alsjeblieft niet zo op mij, maar neem een voorbeeld aan je vader’. Mijn vader was extravert, sprak met iedereen en had het altijd naar zijn zin. Ze hoopte dat ik op hem ging lijken. 

Mijn zorgen om mijn moeder, gecombineerd met de angst om mijn ouders te verliezen, was de voedingsbodem voor mijn dwangneuroses. Als jong meisje dwong een stem in mijn hoofd mij bijvoorbeeld om tig keer een lichtknopje aan en uit te doen, om mijn schoenen kaarsrecht naast elkaar te zetten met de veters erin, en op een bepaalde manier in bed te liggen. Deed ik dat niet, dan zou er iets ergs gebeuren met mijn ouders. Ik mocht de stem ook aan niemand verraden, dus ik heb het best lang geheim gehouden. Totdat ik het echt niet meer hield en ik het er op een avond allemaal in één adem uitgooide. Ik ben daarna behandeld door een homeopathisch arts, maar de stem was niet direct weg. Ik moest vooral de ervaring opdoen dat als ik niet luisterde, er helemaal niks ergs gebeurde. 

Als puber was ik inmiddels bevrijd van die stem en kon ik met mijn puberproblemen bij mijn moeder terecht. Mijn focus was van haar naar mezelf verschoven. Later verhuisde ik naar Haarlem, werd ik moeder en lag mijn focus bij mijn gezin. Toen overleed mijn vader. 

Vanaf dat moment schoot ik weer in mijn oude patroon. Mijn broertje en ik namen haar de eerste maanden letterlijk op in onze gezinnen, de ene helft van de week bij mij, de andere helft bij mijn broertje. Na een half jaar moest ze weer gaan wennen aan een paar dagen alleen thuis. Ik kon het alleen niet over mijn hart verkrijgen, dus die dagen thuis gingen af van haar tijd bij mijn broertje. Mijn broertje nam vooral de praktische zaken op zich en ik bleef haar opvangen, hoewel ik dat eigenlijk niet meer trok. Als ze bij ons was, vond ik het loeizwaar en ergerde ik me regelmatig aan haar. Ik nam haar dingen kwalijk, probeerde haar te veranderen zodat zij het leven weer leuk zou gaan vinden, zodat ik ook weer verder kon met mijn eigen leven. Daar voelde ik mij dan vervolgens enorm schuldig over. Als ze na een aantal nachten weer vertrok, voelde ik me ontzettend verdrietig. Niet per se voor mezelf, maar voor haar. Ik vond het vreselijk dat ik haar in haar eentje weer naar dat grote lege huis liet gaan. Dus belde ik mijn tante om te vragen of ze vast de verwarming voor haar aan wilde zetten (haar zus woont naast haar) en haar beste vriendin vroeg ik haar later op de dag even te bellen.

Het is makkelijk om te oordelen over deze situatie. Om te denken, je moeder had niet zo op je moeten leunen. Dat snap ik. Maar het feit is dat ik deze situatie zelf in stand hield door geen grenzen te stellen, zoals mijn broertje veel eerder wel al had gedaan. Hij hielp haar om sneller weer zelfstandig te worden en te wonen. Ik kon dat niet. Tuurlijk heb ik mijn best gedaan om bepaalde gevoelens en gedrag los te laten, maar ik bleef me verantwoordelijk voelen voor haar geluk. Soms zit een patroon zo diep, dat er hulp van buiten nodig is. 

Die hulp kwam in de persoon van Maarten Oversier. Na één reïncarnatie sessie met hem was het patroon van mijn verantwoordelijkheidsgevoel richting mijn moeder doorbroken. 

In zijn praktijk kwam ik terecht in een vorig leven waarin mijn moeder mijn zus was. We waren natuurgenezers, ofwel heksen en deelden een huis. Op een gegeven moment werden wij verraden bij de inquisiteur door een vrouw wiens man verliefd op mij was. Een onbeantwoorde liefde, want ik deed er niks mee, maar zijn vrouw voelde zich bedreigd. Ik was op de hoogte van het verraad en stelde mijn zus voor om samen te vluchten. Ze weigerde. Zij wilde fier de eventuele consequenties onder ogen zien. Ik niet. Het volgende moment, bevond ik mij aan de rand van een dorpsplein en een bos. Op het plein dat vol stond met mensen, zag ik hoe mijn zus op de brandstapel haar einde zou vinden. Ik kon het niet aanzien en vluchtte. De rest van mijn lange leven heb ik diep in het bos geleefd en heb ik geen mens meer gezien. Het schuldgevoel over de dood van mijn zus woog zwaar en ik ben eenzaam, op hoge leeftijd gestorven. Onder de liefdevolle en kundige begeleiding van Maarten herbeleefde ik dit leven en mijn sterven inclusief de intense bijbehorende emoties van schuld, schaamte, verdriet en eenzaamheid. Hij liet mijn ziel inzien dat dat leven voorbij was, dat mijn zus van toen nu mijn moeder is en dat ik het mezelf mocht vergeven. 

Sinds deze sessie is de relatie met mijn moeder veranderd. Mijn obsessieve streven haar te willen fixen, mijn niet aflatende bemoeienis met hoe ze in het leven zou moeten staan om een blijer, gelukkiger mens te zijn, dat viel allemaal van mij af door het herbeleven van ons eerdere gezamenlijke, tragische leven. In plaats van haar te zien als een lastige volwassene voor wiens geluk ik verantwoordelijk ben, voelt ze nu weer als mijn moeder. Als ze nu bij mij is, vind ik het gezellig en krijgt zij de ruimte om zichzelf te zijn. Ik heb de verantwoordelijkheid voor haar leven en geluk teruggegeven aan haar. Bij wie het hoort. Daarmee draag ik bij aan haar kracht in plaats van die in twijfel te trekken. Ook zie ik sindsdien pas echt hoezeer zij de afgelopen jaren haar best heeft gedaan om haar leven weer op te pakken en die op haar manier in te vullen. Mijn lieve, mooie moeder aan wie ik het leven te danken heb.