
‘Ik heb een vriend die altijd heel druk is. Met de wereld redden. En dat gaat natuurlijk voor alles. Ook voor mij. Zijn kleine wereld.’ Aldus mijn venijn sprekend. Vanochtend ontving ik een appje waarin hij weer eens doorgaf wanneer hij deze week ‘s avonds afspraken had en dus niet thuis was. Ik las het en voelde irritatie. In plaats van direct te reageren, wilde ik onderzoeken waarom ik zo’n venijn voelde.
Op mijn balkonnetje, terwijl ik van mijn powershotje dronk en van de zon genoot, liet ik zijn woorden en de gevolgen daarvan nog eens tot me doordringen. Ik telde de andere momenten van de week dat hij er ook niet was bij op, en voelde boosheid en teleurstelling. Tegelijkertijd nam ik nog iets anders waar. Iets in mij trok zich terug. Ik werd mij bewust dat ik deze beweging heel goed ken. In veel van de relaties die ik heb gehad, deed ik op een bepaald moment hetzelfde. Vandaar dat ik moet zeggen, veel relaties, want deze beweging betekende altijd het begin van het einde.
Wat trek ik dan precies terug? Mijn gevoel voor de ander, mijn liefde en aandacht. En ik plaats er onverschilligheid terug voor in de plaats. Onverschilligheid is de bodyguard van mijn liefde. Maar waarom is dat nodig in deze specifieke situatie, vraag ik mij af. Is het zo dat iets in mij denkt dat hij niet genoeg van mij houdt als hij andere zaken voor laat gaan? Nee, want ik weet en voel dat hij veel van mij houdt. Is het misschien egoïstischer van aard en vind ik gewoon dat hij bij mij moet zijn omdat ik hem nodig heb? Nee, dat is het ook niet. Ik heb hem niet nodig, want ik red me zonder hem ook goed. Ga ik uit verbinding zodra mijn geliefde fysiek niet bij mij in de buurt is? Ergens gaat er een lampje branden. Ik herinner me dat ik dit mechanisme voor het eerst bewust werd tijdens een van mijn eerste lange relaties. We hadden verschillende werktijden. Ik vertrok vroeg in de ochtend en hij was regelmatig later op de avond thuis, dus ik at vaak alleen. Op een keer merkte ik dat ik mijn gevoel voor hem terugtrok op de ochtend van zo’n dag. Dan hoefde ik hem ook niet te missen, zo redeneerde ik. Sommige momenten blijven me altijd bij, omdat ze een boodschap in zich dragen. Dit was zo’n moment. Destijds merkte ik dit mechanisme alleen op, maar wist niet hoe ik daar verder mee om moest gaan. Ik vond het vooral een handige tool.
Is dat nu weer aan de hand? Ook niet, want ik kwam deze beschermende laag al eerder tegen in deze relatie, ging ermee aan de slag en liet hem los. Ook als hij er niet is, voel ik me met hem verbonden. Wat is het dan wel? Ineens begreep ik het. Kennelijk is het zo dat ik vanaf een bepaald moment in onze relatie – onbewust, tot nu toe – de strijd ben aangegaan met de liefde voor zijn werk: zijn werk is in mijn beleving zijn andere geliefde. En daar wil ik het van winnen. In tijd, aandacht en liefde. Terwijl ik vanaf het begin van onze relatie altijd heb gezegd: ‘Ik weet dat jouw werk jouw missie is en dat dat altijd op de eerste plaats komt (kwam mij ook goed uit, omdat mijn kinderen altijd op nummer 1 zullen staan). Ik zal je nooit beperken daarin. Mocht ik er in de toekomst problemen mee krijgen, dan zal ik dat zelf oplossen. En indien het me echt te gek wordt, dan moet ik mij terugtrekken uit de relatie.’ Ik meende het echt. Ook ik vond zijn missie zo belangrijk dat ik die absoluut niet in de weg wilde staan en die belangrijker vond dan mijn eigen belang. Maar kennelijk is in de loop der jaren heel geniepig en langzaam toch een oud mechanisme in werking getreden.
Ik herken het als mijn behoefte om de meest speciale/ belangrijkste te willen zijn. Deze behoefte uitte zich voornamelijk in relaties, zowel in liefdesrelaties als in vriendschappen. Ik was en ben dan ook altijd iemands beste vriendin (daarover een andere keer meer). Een ex-vriendje van mij vroeg mij ooit eens met oprechte verbazing: ‘Waarom wil jij altijd horen dat jij van iedereen de speciaalste bent?’. De boodschap kon niet duidelijker gebracht worden.
Alleen wist ik toen nog niks van basisbehoeften, triggers, spiegels en zo binnen, zo buiten; en zeker niet wat ik eraan kon doen om er vanaf te komen. Ik vond zijn vraag destijds vooral een open deur, want met iedereen bedoelde hij zijn exen en dat waren er nogal wat, dus duh! Ja natuurlijk wil ik weten dat ik de meest speciale ben, want anders weet ik wel hoe dit eindigt.
Inmiddels (h)erken ik de spiegels van het leven en kan en wil ik er ook iets mee doen. Dus ik gaf mezelf de ruimte om samen te zijn met mijn gevoelens, om mijn gedachten te volgen en zo kwam ik steeds dieper. Op een gegeven moment hoorde ik mezelf de vraag stellen: ‘Waarom wil je dan de belangrijkste zijn?’. Iets in mij antwoordde: ‘Dan word je tenminste gezien en worden je behoeften ingewilligd.’ Kennelijk heb ik ooit bedacht dat ik de belangrijkste moet zijn om maar in mijn behoeften te worden voorzien. Met alle liefde en respect voor dat innerlijk kindstuk, besloot ik om die overtuiging los te laten, want het legt een enorme druk op mezelf en op hem. Het zorgt ervoor dat ik verwachtingen heb over hoe hij zich hoort te gedragen om mij te geven wat ik denk nodig te hebben. Zo wil ik niet met hem omgaan. Ik wil dat hij zichzelf kan zijn, zonder dat hij het gevoel heeft te moeten veranderen, zodat ik mij maar goed kan voelen. Bovendien wil ik niet afhankelijk zijn van iets of iemand buiten mijzelf om mij gezien te voelen. Niet uit trots of een strijdbaar gevoel van: Ik kan het wel alleen. Nee. Vanuit een gevoel van vrijheid dat in die onafhankelijkheid ligt.
Het betekent overigens niet dat ik al mijn basisvoorwaarden m.b.t. een relatie overboord gooi om maar zo onafhankelijk mogelijk te worden. Nee, dit soort episodes zorgen er juist voor dat ik scherp krijg waar mijn ongezonde en gezonde behoeften liggen. Zo neem ik zelf verantwoordelijkheid voor mijn gedrag en leven. Dat voelt super krachtig. Ik heb geen bodyguard meer nodig.
