
Wat mij opvalt op zowel sociale media – waar ik niet vaak te vinden ben, maar als ik er ben – als ook buiten die platformen, is hoe iedereen continu zijn mening verkondigt. Over van alles en nog wat. Nou ja, misschien niet over welk merk wasmiddel je moet gebruiken, maar wel over zaken waarover we tegenover elkaar worden uitgespeeld. En dat is veel, heel veel. Israel, Gaza, Iran, Trump, New Age, LHBTQ+, FvD, Corona, Vaccins, Energie, Klimaat, Vluchtelingen, AZC’s, AI, wel vlees geen vlees, wel vliegen niet vliegen. You name it.
Ik stoorde me eraan. Dat was een van de redenen dat het me niet lukte om eerder dit stuk te schrijven, terwijl het al een tijdje in mijn hoofd zat. Zo lang ik zelf iets nog niet helemaal heb aangekeken en enigszins van los ben gekomen, houd ik mijn observaties liever voor mezelf of bespreek het eerst met mensen die dicht bij me staan. Ik kwam erachter dat wat mij raakt niet zozeer de meningen zelf waren, maar wel wat al die meningen bij mij veroorzaken: verwarring. Toen ik verder voelde en mezelf bevroeg bleek er onder die verwarring de behoefte aan controle te zitten: Wat is waar? Wie kun je (nog) vertrouwen? En ook, als al deze onderwerpen voor zoveel verdeeldheid zorgen, raakt dat aan mijn verlangen aan verbinding. Verbinding zorgt voor saamhorigheid, geborgenheid én een gevoel van veiligheid. Als we ons allemaal verbonden voelen, en met onze neuzen dezelfde kant op staan, staan we sterk. En dat is precies het tegenovergestelde van het ‘Verdeel en heers’ principe dat ingezet wordt. Al die botsende meningen, waren dus een trigger voor mij omdat ik mij daardoor uiteindelijk onveilig voel.
Wat mij betreft is er overigens niks mis met het hebben van een mening en die uiten, maar wat vooral voor die verwarring zorgt met bijbehorende interne kettingreactie is als mensen hun mening zien als absoluut en deze op willen leggen aan een ander. Als mensen stoppen met luisteren naar elkaar, als mensen je cancelen of je uitmaken voor iets wat je helemaal niet bent, alleen maar omdat je er anders over denkt dan zij. Kortom, als er een dichte, harde energie achter zit. Wanneer het voelt als een: pas op, doe/denk zoals ik, dan ben je een goed mens en komt het goed, met jou, met de wereld. Het is alsof sommigen zich vasthouden aan hun ideeën, als ware het het zwaard waarmee ze het slagveld betreden: nagenoeg onbreekbaar. Bereid om de ander die er anders over denkt een kopje kleiner te maken. Ze lijken zich eraan vast te klampen als aan drijfhout. Alsof ze zonder die mening en hun ideeën over goed en fout zullen verzuipen.
Ik zou iedereen die zich hierin herkent, willen vragen om voordat je reageert op de ander, eerst een vraag aan jezelf te stellen: Waarom raakt dit mij eigenlijk zo? En dat je dat eerst eens goed onderzoekt voordat je reageert? Ik denk dat je – met wat oefening – er achter zult komen dat je reactie getriggerd wordt door een gevoel van een tekort aan iets. Een tekort aan medestanders, aan veiligheid, aan controle, aan geld, aan aandacht, aan erkenning, succes, gevoel van gerechtigheid et cetera. Je voelt een tekort aan iets en dat geeft een naar gevoel. Misschien ervaar je boosheid, frustratie, verdriet, angst, schaamte, schuld, of een andere emotie die je liever niet voelt. Om de aandacht van je eigen ‘pijn’ af te leiden is het het makkelijkst direct naar de ander te wijzen. Die zit ernaast, heeft je geraakt of gekwetst en dus moet diegene direct aangesproken worden of er moet liefst onmiddellijk iets aan een situatie veranderd worden. In ieder geval wil je direct een soort voldoening ervaren.
Daarin zijn wij, volwassenen, niks veranderd ten opzichte van een kind dat gevraagd wordt of het liever nu direct één snoepje wilt of over een uur tien snoepjes. De meeste kinderen kiezen voor dat ene snoepje en steken het zo snel mogelijk in hun mond. Directe voldoening versus uitgestelde grotere voldoening.
Maar stel jezelf eens de volgende vragen:
Waar komt mijn behoefte vandaan om te reageren?
Wil ik daarmee echt iets brengen, iets geven?
Of kom ik alleen maar iets halen?
En:
Hoe zou ik reageren als ik vanuit een neutrale plek zou komen? Als ik geen voorkeur had voor de uitkomst; als ik geen gelijk hoef te hebben; de ander niet wil ‘straffen’; als ik geen angst voel; als ik niet de behoefte voel om gezien te worden, mezelf te bewijzen, goed genoeg gevonden te worden?
Kortom, hoe zou je reageren als je niet het idee had dat je ergens een tekort aan had? Zou je dan überhaupt nog reageren?
Die laatste vraag is de reden dat mensen liever (te snel) reageren. Ik heb dat ook gemerkt tijdens loslaatsessies met cliënten. Zo was er een vrouw die bang was dat als zij haar continue strijd over een bepaalde situatie in haar relatie zou loslaten, die kwestie in haar nadeel zou uitvallen. Of erger nog, haar partner over haar heen zou lopen, omdat ze dacht dat de strijd opgeven gelijk stond aan fungeren als deurmat. Niets was minder waar. Toen zij de strijd uiteindelijk toch losliet, ontstond er ruimte en in die ruimte diende zich een oplossing aan die de redding van haar relatie was.
Eerst tot tien tellen en bij jezelf nagaan wat er precies in jou geraakt wordt, kan inderdaad leiden tot het besluit dat een reactie eigenlijk helemaal niet nodig is. Het kan echter net zo goed zijn dat een reactie alsnog gepast is, alleen is de kans groter dat je boodschap ook daadwerkelijk aankomt bij de ander, omdat je niet vanuit een emotie reageert. Het hoogst haalbare is als je pas reageert als je ook daadwerkelijk iets komt brengen/ geven, als het een win-win is voor alle partijen.
We willen allemaal een betere, fijnere, liefdevollere, vredige wereld. Paradijs op aarde zeg maar. Dat hebben we allemaal met elkaar gemeen. Toch? Om dat voor elkaar te krijgen zullen we echt voor elkaar moeten open staan. Ik pleit ervoor dat we goed leren luisteren. Naar de ander, en via de ander naar onszelf. Want elke trigger, of dat nou een persoon is, het nieuws, een situatie, een obstakel in je leven, is een uitnodiging om iets in jezelf aan te kijken en te transformeren. Aangezien de buitenwereld een weerspiegeling is van onze binnenwereld, ligt wat mij betreft daar de sleutel tot duurzame verandering in de wereld. In het klein en in het groot.
