Leer Loslaten

Op een zondagochtend stond ik heel vroeg op na een zeer onrustige nacht. Na een half uur mediteren, checkte ik mijn mail op een bericht waar ik op wachtte. Die zat er niet in, wel een nieuwsbrief over psychosomatische klachten. Nou weet ik daar al best veel vanaf, maar ik las het toch. Soms weet je iets wel, maar is het kwartje met betrekking tot jezelf nog niet écht gevallen. Dat dat zo is, begrijp je pas op het moment dat je bij bekende informatie ineens kloeink hoort, of in dit geval voelt. Het artikel beschreef in het kort een aantal plekken in je lijf waar emoties zich vastzetten als pijn. Ik herkende:

Kaak – ingehouden woede en spanning

Borstkas – rouw en liefdesverdriet

Handen – controle willen vasthouden

Knieën – weerstand tegen verandering

Voeten – twijfel en angst over welke richting in te slaan; niet goed geaard zijn, je niet thuis voelen; twijfel aan eigen stappen.

Precies de plekken waar ik nog steeds pijn en stijfheid ervaar. In een stripverhaal zou je ineens een lampje aan zien gaan boven mijn hoofd; mijn lichamelijke klachten vertellen gewoon mijn hele verhaal! Hoe wonderbaarlijk, ingenieus en mooi! 

Na het lezen bracht ik mijn bewustzijn opnieuw naar binnen om te kijken welk van bovenstaande lichaamsdelen als eerste van zich zou laten horen. In eerste instantie voelde ik een huivering, een soort angst voor de staat van mijn lichaam. Ik observeerde die angst, gaf het ruimte en zakte toen verder. Mijn armen en handen vroegen als eerste mijn aandacht. Wat ik daarna ervoer is te vergelijken met reizen met een plantmedicijn. Ik weet niet meer precies hoe, maar ik kwam uit bij het afscheid van mijn vader. 

Het was maart 2020, mijn vader had corona en belandde na 1,5 week in het ziekenhuis. Zonder overleg met ons werd hij na één dag op de gewone afdeling in slaap gebracht en aan het beademingsapparaat op de IC gelegd. Ik reed in paniek van Haarlem naar mijn ouders huis in Purmerend om mijn moeder te ondersteunen. Normaal gesproken zou ik naar mijn vader in het ziekenhuis zijn gegaan, maar ze lieten niemand toe. Hij lag daar moederziel alleen. Eenmaal bij mijn moeder, sloeg de machteloosheid toe, want: wat nu? De adrenaline gierde door mijn lijf en ik wilde die uit laten razen door bezig te blijven. Ik stelde voor om de muren in huis te schilderen, maar mijn moeder was volledig van slag en nog niet helemaal beter (ook corona) en ik besefte me dat alles opnieuw schilderen absurd was. Wat dan? We konden niks voor mijn vader doen én we zaten in de eerste lockdown. In feite zijn we op de bank gaan zitten en hebben 2,5 week tussen hoop en vrees geleefd. De adrenaline vond geen uitweg en bleef opgesloten in mijn lijf. 

In die 2,5 week werden wij dagelijks gebeld door verschillende verpleegsters die ons op de hoogte hielden over de toestand van mijn vader. De ene dag leek hij vooruit te gaan, de andere dag verslechterde hij ineens weer. Zo ging het op en af. Ik vroeg of ze hem hoge doses vitamine c wilden geven omdat ik had gehoord dat dat zou kunnen helpen. Dat werd geweigerd, want dat stond niet in het protocol van het RIVM. Ik heb geprobeerd alsnog toestemming te krijgen om bij hem te mogen zijn, zodat hij onze liefde en aanwezigheid kon voelen. In andere ziekenhuizen in het land werd dat namelijk wel toegestaan. Ook dat werd geweigerd: ziekenhuisbeleid. Ik zocht het hogerop en heb de directie een mail geschreven, maar hun antwoord kwam te laat. Ik wilde stennis schoppen, schreeuwen, boos worden, maar mijn moeder en broertje adviseerden me vooral rustig te blijven omdat ze bang waren dat mijn vader anders niet goed behandeld zou worden. Dus slikte ik alles in. 

En toen kwam op een middag het telefoontje. Zijn longen waren volledig verwoest en de beademing zou stopgezet worden. Er mochten maar twee mensen bij hem zijn, de rest moest in een kamer via videobellen afscheid nemen. Ik kom uit een gezin van vier, wat betekende dat of ik of mijn broertje er niet bij konden zijn. Laat staan mijn schoonzusje. Wie zou zich opofferen? Van plan om voor elkaar te krijgen dat niemand dat hoefde te doen, trok ik alles uit de kast. Maar ik liep tegen een muur op. De arts bleek ongevoelig voor mijn argumenten en ik moest me erbij neerleggen. Mijn broertje had al aangegeven dat als er echt maar twee bij mochten zijn, hij niet zou gaan. Hij was de enige die nog geen corona had gehad en liet de angst die hij ook voelde de reden zijn om mij te laten gaan. Ook al zou hij zeker wél zijn gegaan als ze ons alle drie hadden toegelaten. 

Gekleed in blauwe pakken, met mondkapjes op en handschoenen aan liepen we de IC op. Mijn vader lag op zijn rug met de beademingsbuis in zijn mond. Hij was niet bij bewustzijn omdat hij nog steeds kunstmatig in slaap gehouden werd. Zijn lichaam was opgezwollen en ook zijn handen waren dik. Ik legde mijn hand in die van hem, maar ons huidcontact werd gescheiden door die rubberen laag van de handschoen. Daardoor voelde ik zijn hand niet écht. Het enige dat mijn hand in de zijne registreerde waren mijn ogen. Dus keek ik er veelvuldig naar.

Toen kwam het moment dat ze hem loskoppelden van het beademingsapparaat. Ineens zag ik een traan uit zijn oog glijden en in paniek waarschuwde ik de verpleegster. Zij antwoordde dat dat slechts een lichamelijke reflex was. Ik geloofde er niks van, maar wat kon ik doen? Mijn vader was op en binnen een paar minuten was hij voorgoed weg. 

Hij overleed aan het begin van de corona-gekte. Ik noem het gekte omdat de maatregelen absurd waren, dierbaren tegenover elkaar kwamen te staan en het eigenlijk slechts het begin was van nog meer waanzin die tot de dag van vandaag doorgaat. Juist doordat de wereld sinds die tijd nooit meer hetzelfde is geworden, zorgde die absurde werkelijkheid ervoor dat iets in mij heel lang heeft gedacht: ‘Als deze corona gekte voorbij is, dan komt mijn vader ook weer terug.’ Hoe absurd! Op de een of andere manier zorgde de waanzin van de wereld ook voor deze waanzinnige hoop. 

Inmiddels ben ik bijna zes jaar verder en is die gedachte net als mijn vader een stille dood gestorven. Wat wel springlevend bleek, is mijn opgekropte woede. Toen ik die bewuste zondagochtend mijn aandacht naar binnen keerde, reisde ik terug in de tijd en herbeleefde het hierboven beschreven verhaal. Ik voelde hoe de woede en frustratie in mijn lichaam opgesloten zaten en liet die energie vrij stromen. Mijn lichaam kronkelde, mijn ledematen sloegen en schopten zo goed en zo kwaad als ze konden, ik voelde een harde schil op mijn borstkas en moest enorm hoesten tot bijna overgeven aan toe en ik schreeuwde in stilte. Natuurlijk was het beter geweest om het er hardop uit te gooien, maar mijn vriend lag in dezelfde ruimte en mijn dochter in de aangrenzende kamer te slapen. Voor alles een tijd en moment. Na deze lichaamsgerichte loslaatsessie was ik moe, maar ik voelde meer ruimte in mijn lichaam. Ik voelde ook dat het er nog niet allemaal uit was, dus de komende tijd zal ik deze sessie vaker herhalen. Net zo lang tot alle bevroren woede uit mijn lieve lijf is gestroomd.

Voeg je koptekst hier toe