
De afgelopen maanden ervoer ik veel zwaarte, die vooral te maken had met mijn fysieke gestel. Toen ik begin vorig jaar ziek werd, kon ik het zien en aanvaarden als een roep van mijn lichaam om helemaal naar binnen te keren. Om pas op de plaats te maken nadat ik in mijn zoektocht naar mijn toegevoegde waarde in de wereld, maar vooral de bewijsdrang die daarmee gepaard ging, mezelf voorbij was gerend.
Inmiddels ben ik anderhalf jaar verder en heb ik vele lessen uit deze ziekte gehaald, maar toch ben ik nog niet volledig genezen. Het gaat wel al heel veel beter, maar ik ervaar nog dagelijks pijn en stijfheid. En dat is een trigger. Ik had er namelijk een houdbaarheids kaartje aan gehangen. Aan mijn geduld, aan mijn uithoudingsvermogen, aan ziek ‘zijn’. En die datum was wat mij betreft gepasseerd. Het zien van ziekte als boodschapper heeft mij veel kracht gegeven. Maakte dat ik mezelf niet als slachtoffer zag en gaf me het gevoel dat ik het zelf (met de nodige alternatieve hulp) kon oplossen. De valkuil die ergens in dat proces lag te wachten is die van ‘schuld en falen’. En die diende zich afgelopen tijd geniepig aan. Mijn mind hield zich inmiddels bezig met vragen als: ‘Hoe lang gaat dit nog duren! Wat zie ik over het hoofd? Wat doe ik verkeerd?’. Dat had tot gevolg dat ik mijn gedachten, gevoelens, gedrag en reacties onder een vergrootglas legde om erachter te komen of er een verborgen sleutel in zat die tot volledige genezing zou leiden. Ik volgde elk signaal, maar kwam er niet uit. Echter, de signalen om eens even een pauze te nemen van al dat graven en zoeken, waren er ook. Alleen, dat leek me naast saai, ook een vorm van opgeven. Van me erbij neerleggen dat dit het is, terwijl ik helemaal niet wilde dat dit het was. Ik wilde beter worden.
Omdat ik in cirkeltjes ronddraaide, in plaats van bij de oplossing te komen, voelde ik een oud deel van mezelf steeds meer de overhand krijgen: mijn pessimistische, negatieve deel. Zij greep het uitblijven van volledige genezing aan om van zich te laten horen. In het begin probeerde ik haar – eerlijk is eerlijk – te negeren. Haar het zwijgen op te leggen door juist positieve dingen te benoemen. Maar er kwamen triggers die haar sterker maakten, die haar stem steeds luider maakten. Het had tot gevolg dat ik me afvroeg of ik mezelf afgelopen jaren voor de gek had gehouden. Of ik niet vooral had gedaan alsof: alsof ik optimistisch en positief ben, alsof ik in elke tegenslag een kans zie, want hee, zoals John Lennon zong: Nobody loves you when you’re down and out. Mijn vriend weerlegde dat, maar ik merkte dat ik niet meer zeker wist wie ik nou werkelijk was. Na een zoveelste trigger, gaf ik het gevecht op. Ik was doodmoe van de pijn, het onderdrukken van mijn teleurstelling en had geen energie meer om haar ook nog te bestrijden.
Dat was het moment dat ik haar ruimte gaf. Ik onthield mijzelf van zelfcensuur en liet haar volledig uitrazen. Ik hoorde zinnen voorbij komen die ik had verbannen, voelde weer hoe zinloos ik het leven vroeger vond en leed daar nu weer onder. Maar het was oké. Ik had begrip voor haar. Het voelde zelfs wel even goed om haar weer te horen. Het was alsof er een ballon leegliep. We hebben allemaal delen in onszelf die we liever niet aankijken. Die we het liefst in de kelder opsluiten en waar we nooit meer naar omkijken. Maar vroeg of laat dienen deze verbannen delen zich aan. Op het moment dat ik mijn pessimistische deel uit de kelder verwelkomde en zij van zich mocht laten horen, bleek ze helemaal niet zo vervelend als ik vreesde. Sterker nog, ze ontroerde en vertederde mij. Want ik zag waarom ze zo zwartgallig was, waarom ze die zware gevoelens droeg: omdat ze teleurgesteld was, omdat ze gevoelig is, zacht en heel lief. Ik besefte me dat ik van haar hou. Sindsdien voel ik me meer als een geheel. Niet meer alsof er twee tegengestelde krachten in mij om de aandacht vochten.
Afgelopen drie weken was ik op vakantie in Frankrijk. In een regio waarvan gezegd wordt dat Maria Magdalena er heeft rondgelopen en waar de Katharen het langst stand hebben gehouden. Een omgeving omgeven met mysterie. We verbleven op een prachtige plek in een fantastisch huis. Tegen het eind van de vakantie lag ik in bed en voelde het alsof mijn bewustzijn een shift maakte. Het voelde alsof ik in mijn lijf zakte. Vanuit mijn hoofd, waar ik het altijd beter toeven vond dan in mijn lijf en beter dan in het hier en nu. Het voelde er veilig, geborgen en als een fijn huis. Een thuis waar ik bijna 50 jaar niet heen wilde, niet durfde te zijn, maar dat altijd op me heeft gewacht en mij warm verwelkomde toen ik er eindelijk met mijn liefdevolle aandacht aankwam.
Eenmaal weer in Nederland, lag ik op een dag op bed uit te rusten, toen mijn oog ineens viel op een houten kaarthouder met de tekst: Today I embody. Vanuit bed keek ik op de voorkant van die kaarthouder, maar op de achterkant van de kaart die erin stond. Die achterkant was helemaal wit. ‘Hee’, dacht ik , ‘die kaart moet andersom’. Maar toen bedacht ik mij dat dit beeld, deze boodschap, precies is zoals het is. Wij zijn als een blanco canvas waarop alle gedachten, reacties, gevoelens van angst, verdriet, boosheid, frustratie, schaamte, schuld, blijdschap, euforie, werkelijk alles, verschijnt en weer verdwijnt. Mits we ze niet vasthouden door bijvoorbeeld hele verhalen te verzinnen, alles te willen verklaren, analyseren, duiden, verdoven, negeren, overschreeuwen, in de doofpot stoppen, bagatelliseren. Alles mag er gewoon zijn en mag ook weer gaan. Wanneer? Wanneer het weer verdwijnt. Op de tijd dat het gegeven is. Werkelijk loslaten betekent dat je ook de tijd loslaat. Je accepteert iets pas echt als het je niet meer uitmaakt wanneer én of je omstandigheden veranderen. Ik weet dit allemaal wel, maar het werkelijk voelen, daarvoor is het goed jezelf er elke dag aan te herinneren, anders versmelt je weer met de chaos van de dagdagelijkse beslommeringen. Ik bedacht me verder dat de valkuil van al mijn denken, graven, zoeken naar de oplossing voor mijn genezing die van identificatie is. Ik ben niet het een of het ander, dus geen optimist of pessimist, ik kan zo reageren al naargelang de situatie. Maar ik ben het niet. Ik ben alleen maar dat bewustzijn, dat witte canvas waarop alles verschijnt en weer verdwijnt, zolang ik het niet vasthoud en zo lang ik me er niet mee identificeer. En ook de pijn verschijnt en verdwijnt weer. De ene dag is de andere namelijk niet. Elke ochtend begin ik nu met het beeld van die blanco kaart, zodat ik voordat ik de dag begin, connectie maak met dat wat ik werkelijk ben. Daar voel ik een diepe rust bij.
