
Stuk uit mijn dagboek van begin juni 2024
‘Verdoofd staar ik naar het plafond na een rusteloze nacht. Sinds een aantal maanden leef ik met pijn en de nachten zijn zwaar. Net als de dagen trouwens. Mijn behandelend (regulier opgeleide) natuurarts constateerde na uitgebreid onderzoek dat mijn lymfesysteem, mijn bloed en mijn gewrichten vol ontstekingen zitten. Ik ervaar intense gewrichtspijnen en kan mijn handen bijna niet meer gebruiken. Uit bed komen is een hele opgave en traplopen lukt nauwelijks omdat het voelt alsof mijn knieën het elk moment kunnen begeven. Mijn voeten doen pijn en zijn gezwollen waardoor lopen (helemaal in de ochtend) moeizaam gaat en ik de meeste van mijn schoenen niet meer aankan. Ook mijn schouders en polsen kan ik niet belasten vanwege de pijn en mijn linkerkaak doet ‘vrolijk’ mee. In bed kost het mij de grootste moeite om mij om te draaien en het dekbed optillen lukt ook niet. Ik slaap met een brace om mijn pols om deze enigszins te ondersteunen. Opstaan, douchen, aankleden, tandenpoetsen, mijn haar vastzetten, ontbijt en lunch maken, in mijn dagboek schrijven, werken, eten voor mijn kinderen maken: alle dingen die ik voorheen zonder moeite deed, gaan nu zeer moeizaam of simpelweg helemaal niet meer. Sinds kort begint én eindigt mijn dag zo’n beetje na het opstaan en douchen. Daarna ‘lig’ ik de rest van de dag op de bank omdat ik geen energie meer heb en het beetje dat ik nog heb, hard nodig heb om met de pijn te dealen. Maar ook op de bank liggen doet pijn. Ik kan geen enkele houding vinden die pijnloos is.’
De pijn begon in januari 2024 in mijn rechtervinger en rechtervoet. Dat breidde in een paar weken tijd uit naar de rest van mijn rechterhand en polsen. Ik negeerde het en ging gewoon door met alles in de veronderstelling dat het vanzelf weer over zou gaan. Ik ben een aantal jaar geleden negen dagen opgenomen geweest in het ziekenhuis en van top tot teen onderzocht, omdat ik binnen een paar dagen tijd 9 kilo vocht vasthield. Ze vonden geen duidelijke oorzaak en mijn lichaam herstelde zich uiteindelijk vanzelf. Ik hoopte dat het deze keer ook zo zou gaan. Maar begin mei zat het ook in mijn knieën en had ik ineens moeite met lopen. Het verspreidde zich steeds sneller naar nog meer gewrichten totdat ik bijna niks meer kon.
Mijn eerste reactie was er een van: ‘Huh??? Hoe kan dit nou? Waarom? Wat wil mijn lichaam zeggen?’. Het voelde alsof mijn leven een wending nam die ik in geen velden of wegen aan zag komen en ook niet 1, 2, 3 kon verklaren. Alsof ik in een ander leven terecht was gekomen. Had ik afgelopen jaren niet juist heel hard aan mezelf gewerkt? Was ik niet juist op het goede pad en dichter bij mezelf gekomen? Zei ik 31 december 2023 niet juist: ‘2024 wordt mijn jaar? Het jaar waarin ik met mijn coaching next level zou gaan? Uit de schaduw en in het licht?’. Tegelijkertijd voelde ik heel sterk dat het de bedoeling was om volledig naar binnen te keren. Ik moest ruimte en tijd nemen om te voelen wat er van binnen te voelen viel. Om de boodschap van deze ziekte te kunnen ontcijferen. Alleen, zonder ideeën en adviezen van anderen. Ik trok me uit alles terug, ook uit het sociale leven. Ik was sowieso aan huis gekluisterd, maar bellen deed ik ook niet. Men wist wel dat ik ziek was, maar niet hoe ernstig ik er eigenlijk aan toe was. Daarover deelde ik in het begin niet zo veel. Toch verwachtte ik dat mijn vriendinnen regelmatig zouden inchecken bij me. Maar in die eerste maanden werd die verwachting niet ingelost.
Vanaf het begin dat ik ziek werd, ben ik alert geweest op mijn gedachten en reacties om zo mijn copingmechanismen op te sporen en om te begrijpen wat mijn lichaam me wilde zeggen. Mijn (digitale) dagboek, dat ik noodgedwongen insprak omdat ik mijn handen niet kon gebruiken, hielp me daar enorm bij. Ik kwam erachter dat mijn reactie op het – in het begin – uitblijven van aandacht en hulp een oude bekende van me was, namelijk: ‘Ik doe het wel alleen, ik heb jullie niet nodig!’. Deze werd in het leven geroepen toen ik werd gepest in groep 3 van de basisschool. Om niet de pijn van die afwijzing te hoeven voelen, hulde ik mezelf in een deken van onverschilligheid: ‘Wat maakt het uit dat jullie zo naar doen, ik vind jullie toch stom.’ Ik denk dat deze houding er mede voor zorgde dat het pesten redelijk snel ophield. Het leek geen effect te hebben en dan is pesten lang zo leuk niet meer. Op de middelbare school gebeurde het weer en opnieuw was mijn reactie: ‘Het doet me niks want ik heb jullie niet nodig’. Deze coping heeft in de loop van mijn leven als straalkacheltje gefungeerd waar ik mijn pijn en teleurstellingen aan warmde. In de relatie met de vader van mijn kinderen was ik me inmiddels erg bewust van dit mechanisme. We waren niet echt gelukkig samen en haalden niet het beste in elkaar naar boven. Hij trok zich terug in de relatie (hallo spiegel) terwijl ik me er ontzettend bewust van was dat ik dat juist niet moest doen. Ik heb lang geprobeerd die relatie te redden, juist door steeds weer de verbinding op te zoeken, maar ik raakte uitgeput, was continu ziek. Uiteindelijk trad mijn welbekende overlevingsmechanisme alsnog in werking en dat was het begin van het einde.
Nu, in relatie tot mijn vrienden, kwam ik hem dus weer tegen. Door al het werk wat ik de afgelopen jaren heb gedaan op mezelf en met klanten, wist ik dat ik dieper mocht gaan dan de overtuiging, wilde ik hem voor eens en altijd loslaten. Ik stelde mezelf de vraag, wat zit er onder? Er bleek een gevoel van trots onder te zitten, zoiets van: ‘Ik ga jullie echt niet smeken om aandacht en hulp!’. Toen ik die trots doorvoelde, zakte ik weer een laag dieper en begreep ik welk gevoel die trots probeerde te helpen onderdrukken. Ik voelde me eenzaam, niet gezien en achtergelaten. Tegelijkertijd besefte ik me dat ik die eenzaamheid ook zelf had veroorzaakt doordat ik zelf niet heel veel deelde over hoe ziek ik echt was. Ik besloot uit mijn bekende cirkeltje te stappen, mijn trots opzij te zetten en meer te delen met mijn vrienden. En ze kwamen.
